Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

De Eerste Wereldoorlog

Geschiedenis

Werkstuk

Eerste Wereldoorlog

6.1 / 10
vwo
Inhoudsopgave

Voorwoord

Hoofdstuk 1
De oorzaken van de Eerste Wereldoorlog

Hoofdstuk 2
Loopgraven

Hoofdstuk 3
De stad Ieper in de Eerste Wereldoorlog

Hoofdstuk 4
De oorlog breidt zich uit

Hoofdstuk 5
De offers van de Grote Oorlog

Nawoord

Bronnenvermelding

Voorwoord

De Eerste Wereldoorlog was een verschrikkelijk bloedige oorlog van 1914 tot elf november 1918. Er waren in de Eerste Wereldoorlog heel veel doden. De Eerste Wereldoorlog was heel erg anders dan voorgaande oorlogen die in de wereld voorgekomen waren. Ten eerste was het een wereldoorlog waar bijna landen van de hele wereld bij betrokken waren. Ook werden er nieuwe wapens gebruikt zoals de tank, het vliegtuig, de onderzeeboot, de mitraieur en zo voorts. ook werd er in deze oorlog gebruik gemaakt van gifgas. Gifgas werd over het veld van de vijand gespoten tijdens een aanval en als de vijand in zo’n gifgas wolk liep werd hij blind of kreeg hij geen lucht meer en ging dood. In de Eerste Wereldoorlog werd ook voor het eerst gebruik gemaakt van loopgraven. Hoe het leven in de loopgraven in elkaar zat veltel ik in hoofdstuk 2.

De Eerste Wereldoorlog had veel oorzaken. Deze oorzaken noem ik in het eerste hoofdstuk van mijn werkstuk. Ook ga ik op zoek naar hoe de tegen elkaar strijdende bonden in elkaar zaten en waarom ze vijanden waren.

HOOFDSTUK 1
De oorzaken van de Eerste Wereldoorlog


Er zijn veel verschillende oorzaken voor de Eerste Wereldoorlog. Ten eerste ga ik vertellen over Nationalisme. Je spreekt van nationalisme als er een grote voorliefde bestaat voor je eigen volk. Mensen voelden zich verbonden met hun land en hun geschiedenis. De oorzaak van deze sterke nationalistische gevoelens in de tijd voor de Eerste Wereldoorlog komt door de tijd van de Franse bezetting onder Napoleon. De Europese landen streefden naar een zelfstandige staat en kregen die uiteindelijk ook. Dit streven naar een eigen staat wekte nationalistische gevoelens op. In het onderwijs werd aan de kinderen geleerd dat ze trots moesten zijn op hun eigen volk en door de invoering van de dienstplicht kregen veel mensen te maken met het leger. In het leger werd je geleerd dat het eervol is om te sterven voor je eigen volk. Deze drie factoren zorgden voor nationalisme in de tijd voor de Eerste Wereldoorlog. Nationalisme hoeft niet echt meteen slecht te zijn maar het wordt pas slecht als deze voorliefde samengaat met haat voor andere landen, wat wel bijna altijd het geval is.


Aan het begin van de twintigste eeuw werd Europa beheerst door vijf grote Rijken: Frankrijk, Duitsland, Rusland, Oostenrijk-Hongarije en het Turkse Rijk. Het machtigste land was Groot-Brittannië. Groot-Brittannië had verreweg de grootste zeevloot maar Duitsland had verreweg het grootste leger.

Een tweede oorzaak was de vorming van vijandige bonden van landen aan het eind van de negentiende eeuw. Als landen ruzie hadden zochten ze hulp bij elkaar en gingen ze groepen of vijandige kampen vormen: Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië werden samen de ‘Triple Entente’ genoemd. Duitsland zag dat het omsingeld werd. Aan alle kanten om Duitsland heen gingen landen samenwerken. Als reactie hierop ging Duitsland ook verbindingen sluiten met andere landen om niet minder sterk te zijn dan de rest van Europa. In 1879 sloot Duitsland een verbond met Oostenrijk-Hongarije, de ‘tweebond’. In 1882 werd deze ‘tweebond’ een ‘Driebond’, toen Italië zich hierbij aansloot. Later sloot ook Roemenië zich erbij aan. In 1887 werd ook een verbond tussen Duitsland en Rusland (Rusland was lid van de Triple Entente) gesloten, maar dit werd in 1890 weer verbroken door de keizer van Duitsland, Wilhelm de tweede. Er was in alle Europese landen veel nationalisme. Dit zorgde ervoor dat er steeds meer onderlinge haat was tussen de allianties (de bondgenoten die tegen elkaar streden).

Een van die ruzies die deze kampen kregen, ging over de Balkan. De volkeren van de Balkanlanden wilden niet meer overheerst worden en ze streefden naar hun eigen staat (nationalisme). In 1914 hadden zich twee groepen gevormd. Oostenrijk-Hongarije en Duitsland vormden een blok die de dingen wilde houden zoals ze waren. Het andere deel bestond uit Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië, die de vrijheidsdrang van de minderheden in de Balkan wel steunden.

Een andere oorzaak was het feit dat Frankrijk en Groot-Brittannië zich bedreigd begonnen te voelen door de Duiste industrie. De Duitse industrie groeide veel sneller dan de industrie van Frankrijk en Groot-Brittannië. Groot-Brittannië en Frankrijk waren al heel erg lang de landen met de grootste industrie en het feit dat Duitsland misschien een betere industrie zou krijgen vonden ze niet bepaald aangenaam, ze zagen dit zelfs als bedreiging. Duitsland liep in alle jaren daarvóór achter op industrieel gebied vergeleken met Engeland en Frankrijk. Maar toen zij alle machines en ander industrieel goed al binnen hadden, moest Duitsland hier nog aan beginnen. Ondertussen waren er al betere machines en dergelijke ontworpen en natuurlijk kocht Duitsland het beste en modernste dat er was. Engeland en Frankrijk hadden al deze goederen al maar dan als oudere modellen en ging natuurlijk niet bij elke nieuwe uitvinding alles opnieuw aanschaffen. Dit heet ‘de wet van de remmende voorsprong’, aldus Ineke van Oosten (mijn moeder). Op deze manier ging Duitsland industrieel vooruit.

Hier volgt een verhaal van ooggetuige Julie Cattrijsse (geboren te Aartrijke, op 21 juli 1901). Ze vertelt over hoe zij het aller begin van de oorlog meemaakte

En dan die oorlog. Ik was 13 jaar als 't begon. Gust, mijn oudste broer was er veertien. Remi, die de jongste was, was 2 jaar. De oorlog is heel plots gekomen. De jonge mannen werden opgeroepen. Sommige doken onder. Ik hoorde heel veel verschrikkelijke dingen over de Duitsers.(…)Van moord en brand. 't Was maar zulke dingen meer dat je hoorde vertellen. Je zou er je dood van halen. Hier en daar is er d'eerste dagen al iemand gevlucht, van schrik en angst.Op een nacht kwamen er Belgische soldaten door en sliepen in de Veldschole. Ze lagen er met de hele compagnie, die achteruit vluchtte. Dan trams met vluchtelingen. We hoorden d'ene stoomfluit na de andere van trams met soldaten, met mensen die achteruit wilden, met munitie en materiaal voor het leger. 'k Weet nog dat er ook bij ons Belgische soldaten sliepen, één ervan had verschrikkelijk pijn in zijn tanden. Moeder zei : "'k Wil alleszins niet bij den Duits zijn. Hij gaat ons uitmoorden. "Vrouwmens," zei die soldaat, " met zulk een bende kinderen, hoe slecht het ook gaat, het kan nooit slechter gaan dan als je vlucht. Blijf waar je zijt." . We zijn de hele oorlog op 't Veld gebleven.

De gebeurtenis die meestal beschouwd wordt als het begin van de Eerste Wereldoorlog, de moord op de troonopvolger van het Oostenrijks-Hongaarse rijk, aartshertog Frans-Ferdinand, en zijn vrouw Sophie op 28 juni 1914 in Sarajevo, is een direct gevolg van de eerste oorzaak die ik heb genoemd, het nationalisme. De moordenaar was een Bosnische nationalist die het niet eens was met het feit dat Bosnië bij Oostenrijk-Hongarije was toegevoegd.

Op de ochtend van 28 juni werd er in de Bosnische hoofdstad Sarajevo een bomaanslag gepleegd op het koninklijk paar. Hun auto werd daarbij zwaar beschadigd maar zijzelf bleven ongedeerd. Maar later op de dag reed de chauffeur van hun auto per ongeluk een heel smal straatje in en moest daar achteruitrijdend weer uit zien te komen. De student Gavrilo Princip greep zijn kans en stapte op de auto af en schoot Franz en Sophie dood.

Deze moord werd door Oostenrijk gebruikt om zijn aanzien in de Balkan te herstellen. De medeplichtigheid van Servië aan de moord werd niet bewezen, maar Oostenrijk-Hongarije stelde Servië en de Groot-Servische Beweging voor de aanslag aansprakelijk. Een maand later stuurde de Oostenrijkse keizer Frans-Jozef, nadat hij met keizer Wilhelm II overlegd had, een ultimatum aan Servië. Hierin eiste hij dat de moordenaars, onder controle van Oostenrijk-Hongarije, gestraft werden. Servië weigerde een Oostenrijks onderzoek op eigen bodem.

HOOFDSTUK 2
Loopgraven

In Memo deel 3 vwo staat het volgende in de begrippenlijst over loopgraven:

Loopgraven zijn linies gevormd door uitgegraven greppels waarin soldaten bescherming zochten tegen vijandelijke vuur (mitrailleurs en handgranaten).

Het leven en werken in de loopgraven is voor alle soldaten heel erg verschrikkelijk geweest. De mannen moesten wachten, wachten en wachten in de kou en in de modder, het was overal in de loopgraven zeer onhygiënisch en er was overal veel ongedierte. In de winter van 1917 was het soms wel –20 graden Celsius. Veel soldaten hebben trauma’s aan de loopgraven overgehouden.

Dit is een citaat van André Houwen, geboren te Reningelst, op 7 juli 1904. Hij was hier 14 jaar oud. Ik heb dit citaat uitgekozen omdat het citaat van iemand van mijn leeftijd is en ik het daarom beter kan begrijpen en het me dus beter kan voorstellen.

We waren in Rouen gevlucht. Begin november 1918 kregen we papieren om terug te keren. En de 23e of de 24e zijn we hier toegekomen in Reningelst. Maar je had eens moeten zien hoe alles hier verwoest was: geen enkel huis stond nog recht. Een beetje later hebben we dan een barak gebouwd. Er was materiaal genoeg. Je moest maar afbreken en al wat je kon vinden was van jou: hout en platen en alles wat je nodig had. Met nieuwjaar van '19 wilden we eens naar Kemmel gaan. We waren van geen kleintje vervaard : we hadden al veel doden gezien. Maar... als we over de Klijte waren, vonden we een echte pest. Het was al dood wat we zagen: paarden, soldaten . Ze hadden de tijd nog niet gehad om ze te begraven. Sommige waren alleen met een hoopje aarde bedekt, anderen met een deken of een plaat. Soms stak een hoofd nog boven de aarde uit. Ik heb een Duitser en een Engelsman zien liggen, beiden met mekaars bajonet in hun lijf. Samen gestoken en samen doodgevallen... We zijn niet tot in Kemmel geraakt. Het stonk te veel. We zijn moeten terugkeren.
Bron: www.elfnovembergroep.be/oorlogsooggetuigen
Een Duitse bunker dat bij de loopgraven in Verdun lag

’s Nachts de wacht staan was heel erg zwaar. Van lang rechtop staan krijg je zogenaamde loopgraaf voeten. Dit zijn blauwe levenloze voeten met veel ontstekingen. Als je in je bed bij de loopgraven aan het slapen was hoorde je de ratten rondlopen, ze aten voedsel en knaagden ook aan lijken. Ook had iedereen last van luizen. Luizen bij elkaar verwijderen verdreef verveling en was een sociale bezigheid. Het is heel erg belangrijk dat we nu begrijpen hoe erg het was voor de mensen die in de loopgraven moesten werken en vechten. Voor elke vijf meter waar voor werd gevochten gingen heel veel mensen dood. Het was dus heel erg zinloos en ook daarom traumatiserend. Op 11 november 1919 was de oorlog afgelopen en er waren rond Ieper een half miljoen mensen gesneuveld.

Hier volgt een zeer aangrijpend citaat van Henri Oxley, geboren te Londen, op 10 april 1899.

De man vóór je volgen…
We gingen 's nachts op weg om onze stelling bij Ieper in te nemen. Natuurlijk, in het donker stappend, was er niets te zien behalve dan de man vóór je. De indruk was erg, erg verontrustend: Zo in het donker een positie gaan innemen. Je hele aandacht ging naar het rechtop blijven, de man vóór je volgen, begrijp je. Maar eens de stelling ingenomen, wist je niet waar je was tot het daglicht werd. En toen, wel, als onderofficier moest je wel je gevoelens onderdrukken. Maar bij mij was er verbijstering en dan proberen mezelf onder controle te houden want een paar jongens in mijn afdeling begonnen werkelijk te kraken. Ze barstten in tranen uit.(…)
Nogal begrijpelijk dat we ontzet waren. Als je na getransporteerd te zijn vanuit de achterste linies jezelf plots terugvindt in een moeras van granaatkuilen, allemaal ondergelopen, en honderden en honderden lijken die liggen te verrotten, dan was het moeilijk te beseffen dat je werkelijk leefde, dat je werkelijk een mens was.
Daar kwam nog bij dat er in dit geval geen verbindingsloopgraven waren, niet waar ik was. De enige manier om van de ene plaats naar de andere te gaan was over loopbruggetjes. En dat enkel 's nachts.(…)Een ander probleem was trench feet, loopgraafvoeten. In mijn eenheid kwam dat niet zoveel voor. Enkel bij één gelegenheid, toen we een Duitse loopgraaf overnamen die ondergelopen was. Die nacht stonden we met onze voeten in 't water. De volgende dag moesten we terug, zo goed als mogelijk, naar een achtergebied, en veranderen van kousen.(…)
Discipline was erg strict. we moesten aan de code van het legerleven in regiment gehoorzamen, waar we ook waren. En het was de onderofficier of officier die dit moest uitoefenen naar zijn goedvinden. In mijn geval had ik een nogal bedroevend voorbeeld waarbij ik iemand moest beschuldigen wegens het niet opvolgen van een bevel. Ik gaf hem drie kansen, maar uiteindelijk moest ik hem wel aanklagen, of ik had mijn gezicht verloren. Het proces greep plaats in een verwoest huis in de Klijte aan de voet van de Kemmelberg. (…) Aan de loopgraven kon je niet zoveel veranderen. Je kon enkel een zandzak plaatsen waar er één uitgevallen of opengescheurd was. Het enige waar we ernstig werk van maakten, en het was een ernstige zaak, was de draad herstellen. De prikkeldraad . Dat was belangrijker dan de loopgraaf zelf. Maar het was zeker geen aangenaam werk. Een heel lastige job. Want je moest angstwekkend stil zijn, geen lawaai maken en niet roken. Het werd ,zogezegd, in Niemandsland gedaan. Het was enkel een kwestie van geluk of je niet door Duitse lichtgranaten ontdekt werd. Bovendien hadden we geen speciale uitrusting. Zelfs geen handschoenen. Er werden heel wat handen opengereten.
De bodemtoestand maakte het zich verplaatsen over open veld erg moeilijk. Het grootste gevaar bij die verplaatsingen was van de planken in het moeras of de granaatputten te glippen. Er waren heel wat verliezen, doordat iemand in de modderpoel werd gezogen en er niet meer uit kon. In mijn peloton verloren we op één nacht drie man die van de planken gleden. En we konden niet stoppen om ze te helpen.

Bron van citaten : www.elfnovembergroep.be/oorlogsooggetuigen

HOOFDSTUK 4
De oorlog breidt zich uit

De oorlog die in 1914 uitbrak was nog lang geen wereldoorlog. Lange tijd werd het conflict aangeduid als ‘Europese oorlog’ of als de ‘Grote Oorlog’. Pas toen de VS bij het conflict betrokken taakte werd het een wereldoorlog.

Generaal Von Schlieffen bedacht een plan waarbij het Duitse leger via België zou oprukken om de Fransen in de rug aan te vallen. Zo kon hij het Franse leger snel verslaan en bleef er voldoende tijd over om het Duitse leger per spoor naar het oostfront te verplaatsen. De Russen hadden volgens Von Schlieffen minstens acht weken nodig om te mobiliseren en dus konden ze wel op tijd aankomen in Rusland. Dit plan van generaal Von Schlieffen mislukte.

Toen de oorlog uitbrak, gingen de strijdende partijen snel op zoek naar mogelijke bondgenoten. Iedereen dacht meteen aan de VS, maar daar – in de VS – had niemand zin om betrokken te raken in een verschrikkelijke oorlog dat heel ver weg plaatsvond en waar ze eigenlijk niets mee te maken hadden. Eind oktober 1914 kwam het Ottomaanse rijk zich bij de Centralen (Duitsland). Hierdoor kwam het Midden-Oosten eigenlijk in aanraking met de ‘Grote Oorlog’.
Italië was bang dat het land met zijn enorme lange kust een te makkelijke prooi zou worden voor de zeevloot van Frankrijk en Groot Brittannië. Dus koos Italië om weg te gaan van de Centralen en zich aan te melden bij de Triple Entente (waar Groot Brittannië en Frankrijk ook bij hoorde). Italië bood ook aan om de Geallieerden (is een andere naam voor de landen aangesloten bij de Triple Entente) te helpen in ruil voor de toezegging dat alle landen die Italiaans sprak aan Italië zouden toekomen. In het verdrag van Londen (mei 1915) accepteerden de geallieerden het aanbod waardoor ook Italië bij de ‘Grote Oorlog’ betrokken raakte. De gevolgen waren voor Italië echt verschrikkelijk. Ze leden een verschrikkelijke nederlaag tegen Oostenrijk-Hongarije (in 1917).

Uiteindelijk was Europa of eigenlijk de hele wereld verbonden met de oorlog en had eigenlijk al de hele wereld een kant gekozen. Op elf november 1918 was de Eerste Wereldoorlog officieel afgelopen. Toen werd er aan het westelijke front een staakt-het-vuren afgekondigd.
Al tijdens de oorlog was het bekend dat dit een van de bloedigste oorlogen zou zijn geweest dat de wereld had gekend. Er kwamen zelf nadat de laatste schoten waren gelost veel vrouwen en kinderen om door honger en gebrek aan hygiëne.

HOOFDSTUK 5
De offers van de Grote Oorlog.

Oorlogsslachtoffers
In de oorlogvoerende landen waren bij elkaar meer dan 70 miljoen mannen naar het leger gebracht. Van hen kwamen 13 procent, 9 miljoen mannen om het leven. Meer dan 2 miljoen Duitsers sneuvelden, er stierven meer dan 1.4 miljoen Fransen en in het Britse Rijk kwamen bijna 1 miljoen mensen om het leven. Hoeveel mensen in Rusland om het leven zijn gekomen is niet precies te zeggen, maar we weten wel dat het er waarschijnlijk net zo veel als in Duitsland waren. De aantallen slachtoffers in percentages uitgedrukt geven een verschrikkelijk beeld.

In Servie kwam 37 procent van alle soldaten om het leven, in Turkije 27 procent, in Roemenië 26 procent en in Bulgarije 22 procent van alle soldaten.
Frankrijk verloor 17 procent van haar soldaten, Duitsland 16, Oostenrijk-Hongarije en Groot-Brittannië 12,3 procent en Amerika verloor 116 000 man wat neerkomt op 4 procent van hun leger.
Het aantal zwaar gewonden was veel groter. Een kwart van allen Britse soldaten verloor een arm of een been. Miljoenen soldaten werden overspannen in bijvoorbeeld de loopgraven. Deze soldaten werden ten onrechte bestempeld als lafaards (voornamelijk door mensen die nooit in de loopgraven waren geweest). Deze getraumatiseerde mensen hadden trauma’s van de voortdurende strijd of al het wachten op de voortdurende strijd. Onder de uitgeputte bevolking ontstond vlak na de oorlog een griep epidemie die meer burgerlijke slachtoffers kostte dan dat de oorlog slachtoffers maakte in het leger (!!!). Iedereen bad na de oorlog dat dit de oorlog was dat het einde maakte aan alle oorlogen.

Politieke Offers
De Eerste Wereldoorlog was een totale oorlog. De regering had een veel te grote drang om te winnen. De regering zette alle hulpbronnen om de oorlog te winnen op de eerste plaats. Je moest de regering niet lastige vragen gaan stellen want dat was ‘onvaderlandslievend’. Belastingen gingen omhoog en eten ging op bonnen. Je mocht niet meer onbeperkt reizen en mannen werden opgeroepen om in het leger te gaan. Iedereen moest zich inzetten voor een perfecte oorlogsindustrie.
De regeringen aan beide fronten ontdekten een nieuw wapen: Propaganda. De regering indoctrineerde de bevolking op allerlei gebieden. Nog nooit hadden de regeringen zo’n grote invloed op het dagelijks leven van de bevolking.
Door de oorlog nam het wantrouwen van de bevolking tegenover minderheden toe. Alle buitenstaanders waren voor hun een groot gevaar. Na de oorlog bleef dit idee voortbestaan. Vooral de joden leden onder dit idee. De joden werden altijd al vervolgd en waren een makkelijke ‘prooi’. Duitse en Oostenrijkse nationalisten die na de nederlaag van de oorlog een zondebok zochten om de schuld te geven, wezen meteen de joden aan.

Economische Offers
Alle mensen wilden na de oorlog het normale leven zo snel mogelijk op gang brengen. Dit was natuurlijk een onmogelijke opgave.
De VS kwam na de Eerste Wereldoorlog op als grootste economische macht. Amerika had aan het begin van de oorlog de oorlog gefinancierd en had dus eerst enorme winsten gemaakt voordat ze zelf bij de oorlog betrokken raakten. In de jaren twintig had Amerika wel veel problemen in de landbouw maar de industriële productie nam wel toe en de gemiddelde inkomens stegen heel snel.
Groot-Brittannië had voor de oorlog een leidende positie in de wereld economie maar na de oorlog was Groot-Brittannië die positie voorgoed kwijt. Er kwam na de oorlog een hoge werkloosheid en een lage economische groei
Ook Frankrijk had het heel erg moeilijk. Grote delen van het oosten van het land lag in puin. En tot overmaat van ramp was de inflatie zo groot dat de wederopbouw van het land heel erg tegenhield.
In Duitsland waren de problemen (zo ver als mogelijk) nog groter. Alle burgers leefden in de jaren twintig onder barre omstandigheden, door de politieke onrust, de inflatie, de werkloosheid en de enorme herstelbetalingen.

Voor alle landen had de oorlog een onstabiele economie gecreëerd. Alle landen hebben tijden van economische bloei en terugval gekend ook al gingen deze ontwikkelingen niet altijd tegelijkertijd. De handel liep overal terug door de inflatie. Het beschikbare geld ging overal op aan de wederopbouw van het land. In de korte tijden van economische bloei kregen de mensen weer hoop, maar deze bloei duurde nooit lang want alle landen werkten niet meer goed samen.

Nawoord

De oorlog had niet alleen maar negatieve gevolgen maar ook zeker positieve ontwikkelingen.
Na de oorlog verdwenen alle autocratische regimes. Daarvoor in de plaats kwamen democratische staten die de mensenrechten steeds meer eerbiedigen.
Vrouwenemancipatie werd ook bevorderd door de oorlog. Omdat veel mannen in het leger zaten moesten veel vrouwen de banen van de mannen overnemen. In 1918 kregen bijna alle Britse vrouwen boven de dertig het recht om mee te doen aan parlementsverkiezingen.
In 1920 kregen vrouwen in Amerika via het 19e Amendement (is een toevoeging van de grondwet) officieel stemrecht.
Voor zwarte Amerikanen gold precies hetzelfde als voor vrouwen na de Eerste Wereldoorlog. Doordat veel banen van blanke Amerikaanse arbeiders leegstonden doordat deze blanke arbeiders in het leger gingen, kregen de zwarte Amerikanen banen die ze anders nooit hadden gekregen. Tijdens de oorlog trokken zwarte Amerikanen massaal vanuit het zuiden naar het noorden.
De medische wetenschap boekte door de oorlog ook grote vooruitgangen. Artsen die te maken hadden gehad met slachtoffers van de loopgraven ontwikkelden belangrijke behandelmethodes voor allerlei verschillende wonden en breuken.
Ook kwamen medici tot het inzicht dat het beter was om zich te specialiseren, zodat de zieken en gewonden op meer professionele wijze hulp konden krijgen.

Tijdens het maken van mijn werkstuk drong het pas echt tot mij door hoe vreselijk de oorlog eigenlijk was. Ook al waren er ook positieve ontwikkelingen van de oorlog, de oorlog was eigenlijk heel zinloos en het mag zeker niet nog vaker dan dat het al gebeurd is gebeuren.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

5528

reacties

goed werkstuk maar nu effuh ter zaken IK HEB ET EFFUH GE DOWND wel ok hu?
door RON (reageren) op 1 oktober 2002 om 20:16
goed gedaan en veel informatie
door mitchel (reageren) op 21 februari 2014 om 20:19
in een voorwoord staat meestal waarom je voor het onderwerp gekozen hebt en wat je zo interresant aan vindt.
door grabriellla (reageren) op 3 november 2014 om 16:27
dit voorwoord!????
door ... (reageren) op 13 januari 2015 om 9:11
nice
door henk (reageren) op 29 oktober 2015 om 13:33
goed werkstuk, maar heb er zelf niks aan
door anne (reageren) op 10 november 2015 om 7:37
waar is hoofdstuk 3
door Abel (reageren) op 2 maart 2016 om 15:19
@abel
door azranur (reageren) op 4 juni 2018 om 19:07

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer