Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Het laatste examennieuws, de beste samenvattingen en uitlegvideo's per vak, tips om je optimaal voor te bereiden.



 





Alles over de eindexamens Alles over het CSE

Onregelmatige werkwoorden

Engels

Samenvatting

Stepping stones

Onregelmatige werkwoorden

6.9 / 10
3e klas havo
  • Kaar 3
  • Nederlands
  • 750 woorden
  • 23529 keer
    1 deze maand
  • 15 juni 2008
Onregelmatige werkwoorden

To be - was/were - been (zijn, worden)
To beat - beat - beaten ((ver)slaan)
To become - became - become (worden)
To bet - bet - bet (wedden)
to bind - bound bound (binden)
to bite - bit - bitten (bijten)
to blow - blew - blown (blazen, waaien)
to break - broke - broken (breken)
to bring - brought - brought (brengen)
to broadcast - broadcast - broadcast (uitzenden)
to build - built - built (bouwen)
to burn - burnt - burnt ((ver)branden)
to buy - bought - bought (kopen)
to catch - caught - caught (vangen)
to choose - chose - chosen (kiezen)
to come - came - come (komen)
to cost - cost - cost (kosten)
to cut - cut - cut (snijden, knippen)
to deal - dealt - dealt (zaken doen, (uit)delen)
to dig - dug - dug (graven)
to do - did - done (doen)
to draw - drew - drawn (trekken, tekenen)
to drink drank drunk (drinken)
to drive - drove - driven ((aan)drijven, rijden (auto))
to eat - ate - eaten (eten)
to fall - fell - fallen (vallen)
to feed fed fed ((zich)voeden, voeren)
to feel - felt - felt ((zich)voelen)
to fight - fought - fought (vechten)
to find - found - found (vinden)
to flee fled fled (vluchten)
to fly - flew - flown (vliegen)
to forget - forgot - forgotten (vergeten)
to forgive forgave forgiven (vergeven)
to freeze froze frozen ((be)vriezen)
to get - got - got (krijgen, worden)
to give - gave - given (geven)
to go - went - gone (gaan)
to grow - grew - grown (groeien, worden)
to hang - hung - hung (hangen)
to have - had - had (hebben)
to hear - heard - heard (horen)
to hide - hid - hidden ((zich)verbergen)
to hit hit hit (slaan, raken)
to hold held held ((vast)houden)
to hurt hurt hurt (pijn doen)
to keep - kept - kept (houden, bewaren)
to know - knew - known (weten, kennen)
to lay laid - laid (leggen)
to lead led led (leiden)
to learn learnt learnt (leren)
to leave - left - left ((ver)laten)
to let - let let (laten, verhuren)
to lie - lay - lain (liggen)
to lose - lost - lost (verliezen)
to make - made - made (maken)
to mean - meant - meant (bedoelen, betekenen)
to meet - met - met (ontmoeten)
to pay - paid paid (betalen)
to put - put - put (zetten, leggen)
to quit quit quit (ophouden (met))
to read - read - read (lezen)
to ride rode ridden (rijden (fiets/paard))
to ring - rang - rung ((op)bellen)
to rise rose risen (opstaan, stijgen)
to run - ran - run (rennen)
to say - said - said (zeggen)
to see - saw - seen (zien)
to sell - sold sold (verkopen)
to send - sent sent ((ver)zenden, (ver)sturen)
to set - set set (zetten, plaatsen, instellen)
to shake shook shaken (schudden)
to shoot - shot - shot (schieten)
to show - showed shown (tonen, laten zien)
to shut - shut - shut (sluiten, dichtdoen)
to sing sang sung (zingen)
to sit - sat - sat (zitten)
to sleep - slept - slept (slapen)
to smell smelt smelt (ruiken)
to speak - spoke - spoken (spreken)
to spell spelt spelt (spellen)
to spend - spent - spent (doorbrengen, uitgeven)
to split split split (splijten)
to stand - stood stood (staan)
to steal - stole stolen (stelen)
to stick stuck stuck (plakken)
to strike struck struck (slaan, staken)
to swear swore sworn (zweren, vloeken)
to sweep - swept swept (vegen)
to swim - swam - swum (zwemmen)
to take - took - taken (nemen, brengen)
to teach - taught taught (onderwijzen)
to tear - tore - torn (scheuren)
to tell - told - told (zeggen, vertellen)
to think - thought - thought (denken)
to throw - threw thrown (gooien)
to understand - understood - understood (begrijpen, verstaan)
to wake - woke woken (wakker maken, wakker worden)
to wear - wore worn (dragen (kleding))
to win won won (winnen)
to write wrote written (schrijven)

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

5429

reacties

handig om te weten.
door Sophia Fenies (reageren) op 29 januari 2018 om 16:33

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Klaar voor de Eindexamens?


Ben jij al helemaal klaar voor de Eindexamens?