Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Zit jij op het vmbo? Vul dan deze vragenlijst in over vakwedstrijden. Kost je een paar minuutjes en je verdient gegarandeerd 5 euro. Alvast bedankt!



 





Meedoen

Met deze twee argumenten win je ieder debat!

Met deze twee argumenten win je ieder debat!

Of je het nu leuk vindt of niet, debatteren is belangrijk. Bij Nederlands krijg je er natuurlijk een cijfer voor, maar ook in het dagelijks leven komen discussies vaker voor dan je denkt: 'hoe lang mag ik blijven op dat feestje?' 'Welke film gaan we bekijken en hebben we daar snacks bij?' De meeste debatten win je alleen met sterke argumenten. In deze blogpost geef ik je twee argumenten waarmee je ieder debat kunt winnen.

Even een stoomcursus argumenten: we kennen verschillende soorten argumenten, en ik weet zeker dat je het volgende rijtje bij Nederlands ooit hebt geleerd: feit, onderzoek, normen en waarden, vermoeden, geloof of overtuiging, gezag en algemeen nut. Deze soorten argumenten hebben één ding gemeen: ze zijn allemaal (vrij gemakkelijk) te weerleggen. Dat is niet zo prettig in een debat dat je per se moet winnen. Zou het niet prachtig zijn als er argumenten bestaan die niet te weerleggen zijn?

Je gevoel

Er bestaan zeker argumenten die een stuk moeilijker te weerleggen zijn, denk bijvoorbeeld eens aan je gevoel. Gevoel is heel persoonlijk en bovendien niet controleerbaar door anderen. De volgende keer dat je langer op een feestje wil blijven, kun je je ouders gewoon vertellen dat je het niet veilig vindt om in het donker naar huis te fietsen. Als je een uurtje langer blijft, kun je met vrienden naar huis fietsen...

Waarom zijn argumenten als 'ik voel me niet veilig' of 'ik voel me er niet goed bij' toch zo sterk? Dat komt omdat er maar één weerlegging mogelijk is: "Jij liegt." Iedere andere weerlegging werkt niet. Jij VOELT iets immers, en een gevoel kan niemand veranderen. Bovendien, over het algemeen vinden mensen het niet prettig om te zeggen dat iemand anders liegt, dus veel tegenspraak zal je niet ontvangen.

Het cijfer

Dit is misschien wel mijn favoriete argument en ik raad iedereen aan het minstens één keer te gebruiken in het eerstvolgende debat. Het is heel sterk als je een concreet cijfer kunt presenteren: "Vorig jaar werden 344 kinderen in de avond beroofd" of "in Amsterdam vindt 90 procent van de criminaliteit in de avond plaats." Dit soort argumenten zijn bijna niet te weerleggen. Ze zijn immers onderzocht en bewezen. Als je een betrouwbare bron kiest, gaat niemand je wijsmaken dat het cijfer niet klopt.

Supertip: je kunt een cijfer vaak extra laten opvallen door hem te verwerken in een grafiek of een diagram. Je hebt natuurlijk niet altijd de gelegenheid om je grafiek tijdens een debat op school of in een discussie met je ouders te laten zien, maar je kunt het altijd proberen. Je tegenstander staat meteen met zijn mond vol tanden als jij een A4'tje met een diagram uit je broekzak haalt. 

Verdraaien

Presenteert je tegenstander in het debat een cijfer? Geef je dan nog niet meteen over! Je tegenstander zou het cijfer vrij makkelijk verdraaid kunnen hebben. Zo kan iets erger, of minder erg lijken, dan het daadwerkelijk is. Check de cijfers van de tegenstander, want als jij een verdraaid cijfer spot, haal je meteen het argument van je tegenstander onderuit. Op mijn eigen blog vind je een handig artikel over het herkennen van verdraaide cijfertjes. Dat zou dus nog wel eens van pas kunnen komen!

Kortom, er zijn argumenten die erg goed werken. Dat zegt niet dat je een debat volledig op deze argumenten hoeft te voeren. Bedenk altijd meerdere argumenten en vraag jezelf altijd af: "Is dit weerlegbaar?" Met deze nieuwe tips op zak, wordt het volgende debat bij Nederlands vast en zeker een eitje!