Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Het niveau van Nederlandse grammatica onder scholieren is niet zo best

Het niveau van Nederlandse grammatica onder scholieren is niet zo best

Gaat het jou duizelen bij termen als bijvoeglijke bepalingen, persoonsvormen en lijdende voorwerpen? Je bent niet de enige. Uit onderzoek van de Universiteit van Gent blijkt namelijk dat het niet zo best gesteld is met de grammaticakennis bij Nederlandse en Belgische scholieren. Vooral het onderdeel zinsontleding blijkt erg lastig.

De universiteit heeft een onderzoek uit 2008 opnieuw uitgevoerd, waaruit blijkt dat het niveau van het benoemen van zinsdelen er fors op achteruit is gegaan. Terwijl in 2008 60 procent van de Vlaamse respondenten nog slaagden voor de test, was dat percentage in 2018 gedaald naar 40. Bij de Nederlanders ligt dit cijfer nog een stuk lager. In 2008 was het slagingspercentage (28) al niet zo hoog. In de afgelopen tien jaar is dit gedaald tot een schamele 11 procent. Opmerkelijk is dat het niveau van het benoemen van woordsoorten en werkwoordspelling nagenoeg gelijk is gebleven bij beide groepen.

"Volkomen onbelangrijk!"

Josefien (16) heeft zelf moeite met zinsdelen en denkt ook te weten hoe het komt. "Ik denk dat leerlingen er gewoon heel weinig interesse in hebben, aangezien het nergens voor nodig is in de praktijk. Ik bedoel, wanneer gebruik je bewust zinsdelen? Nooit. Tenminste, ik niet. Het is niet zo dat als ik iets lees, ik bedenk dat het ene woord een onderwerp is, het andere woord een meewerkend voorwerp moet zijn en het laatste woord de persoonsvorm is. Het is volkomen onbelangrijk", zegt ze. "En dit mag ik eigenlijk niet zeggen, maar ik denk dat leerkrachten ook niet optimaal lesgeven waardoor er nog minder duidelijk wordt en er minder interesse voor is." 

"Je oefent het nooit" 

Toch hebben niet alle leerlingen hier moeite mee. Sophie (15) vindt zinsdelen niet zo heel moeilijk. Ze begrijpt echter wel dat het anderen niet zo makkelijk af gaat. "Ik vind spelling eigenlijk veel lastiger, maar dat komt vooral door die spellingsregels die ik nooit zo goed in mijn hoofd krijg. Ik denk dat veel anderen moeite hebben met zinsdelen omdat je het nooit oefent", zegt Sophie. "Er is bijvoorbeeld niemand die bij het appen zinnen gaat ontleden."

"We worden trendgevoeliger" 

Volgens docent Nederlands Ric Leijh is het benoemen van zinsdelen eigenlijk niet zo moeilijk. Toch vindt hij de uitslag van het onderzoek niet verrassend. "In het onderwijs zijn we trendgevoeliger geworden. Er komen zoveel nieuwe dingen bij. Denk aan: meer sporten, meer tijd voor creativiteit en meer tijd om jezelf sociaal te ontwikkelen. Hierdoor is er dus minder tijd voor zinsdelen en andere onderdelen van het vak Nederlands. Ik wil trouwens niet zeggen dat zinsdelen belangrijker zijn", lacht hij. "Het is in mijn ogen allemaal even belangrijk, hoewel het ergens wel jammer is dat er kennis verloren gaat."

Docente Nederlands Marjolein Mantelaers vindt het ook jammer dat er weinig tijd is voor zinsontleding. Volgens haar ligt dat aan het feit dat dat in het eindexamen niet getoetst wordt. "Er is veel meer aandacht voor begrijpend lezen en schrijven. Die dingen komen aan bod in het eindexamen en daar werk je uiteindelijk naartoe. Als je na klas 3 geen grammatica meer krijgt, zakt het snel weg."